Uit de klauwen van pooiers, in de armen van Jezus

Er werken 210 evangelisten namens Back to Jerusalem in West-China, met name onder de Tibetanen en de Zhuang minderheidsgroep. Een van deze evangelisten is Meiling (niet haar echte naam). Dit is haar aangrijpende levensverhaal. (Verschillende details zijn veranderd of weggelaten om Meilings identiteit te beschermen.)

Toen ik een klein meisje was, vertelde mijn moeder me over Jezus en ik ging in hem geloven. We bezaten geen Bijbel, dus heel veel wist ik niet over het geloof. Mijn moeder nam me mee naar geheime samenkomsten, maar ik kreeg steeds meer interesse in de wereld dan in de preken die ik daar hoorde.

Ik begon nachtclubs te bezoeken met mijn vriendinnen. Toen ik 18 jaar was, raakte ik in verwachting. In schaamde me erg voor wat ik gedaan had en ik wist niet hoe ik hulp kon krijgen. Ik wist dat ik geld nodig had, dus toen een man die ik op straat tegen kwam mij een baan aanbood, greep ik die kans met beide handen aan.

Ik hoorde dat ik zou werken als gastvrouw in een restaurant dat onderdeel was van een heel goed bekendstaand hotel. Ik zag het helemaal zitten. Eindelijk zou ik uit de geldzorgen zijn en zou ik goed kunnen voorzien in de behoeften van mijn baby.

Maar de zaken pakten anders uit. De man bracht me naar een stad genaamd Zhengzhou en sloot me op in een kamer met verscheidene andere vrouwen. Hij dreigde mij en mijn baby te vermoorden als ik niet zou doen wat hij zei. Er waren altijd een aantal mannen aanwezig die me in de gaten hielden en ervoor zorgden dat ik deed wat me opgedragen werd.

Het was niet ingewikkeld. Als ik de instructies volgde, kreeg ik geld. Als ik ze niet volgde, dan werd ik volledig in elkaar geslagen. Dat laatste gebeurde verschillende keren. Ik moest meerdere keren per dag seks hebben met allerlei mannen. Ik moest heel veel slechte dingen doen. Ik voelde me geen mens meer, en zag zelfmoord als enige uitweg.

Hoewel ik eigenlijk dood wilde, moest ik toch telkens denken aan Jezus en aan mijn moeder en mijn kind dat bij haar was. Ik verlangde naar het heil waarover ik gehoord had in de kerk die ik eerst zo saai had gevonden.

Ik herinnerde me dat mijn moeder altijd een Bijbelvers opzei als ze het moeilijk had. “Al ga ik door een dal van de schaduwen des doods, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij”. Ik begon dat vers telkens voor mezelf te herhalen, “Ik zal geen kwaad vrezen, want U bent bij mij”. Ik voelde me getroost in de wetenschap dat Jezus bij me was.

Op een nacht zag ik dat alle mannen die me in de gaten moesten houden, erg dronken waren. Ik greep mijn kans en ontsnapte uit het hotel. Ik nam het kleine beetje geld mee dat ik had en gebruikte het voor een buskaart naar huis, naar mijn moeder en mijn kind.

Nu werk ik onder vrouwen in mijn dorp en onder een onbereikte minderheidsgroep, de Zhuang mensen. Ik vertel anderen over de gevaren van deze mensenhandelaren, en over hun tactieken die zich richten op vrouwen in kwetsbare situaties. Ik doe mijn best ze de omgeving uit te werken.

God heeft me deze taak gegeven, om zijn liefde te verkondigen en andere vrouwen te beschermen tegen wat ik meegemaakt heb. Ik dacht dat mijn leven voorbij was, maar door wat Jezus gedaan heeft, kwam er een nieuw begin. Ik dacht dat ik nooit de schaamte om wat ik gedaan had zou kunnen ontvluchten, maar ik ben vergeven en heb van Jezus een nieuw leven gekregen.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.