Achter de schermen van het Tibetaanse Boeddhisme

De Dalai Lama geniet veel respect in het Westen vanwege zijn status als vreedzame verzetsheld tegen de Chinese overheersing van Tibet. Zijn religieuze ideeën doen het ook goed, afgesteld als deze zijn op wat voor post-moderne mensen acceptabel is. Tolerantie, vriendelijkheid, en harmonie, dat zijn geen dingen waar mensen over vallen. En menig Westerling die afgeknapt was op de intolerantie van de kerk, vond in het Boeddhisme een alternatieve spiritualiteit.

We zien in het Westen echter maar heel weinig van het Tibetaanse Boeddhisme in zijn oorspronkelijke vorm. De religie is diep verweven met het land, het volk en de geschiedenis van Tibet. En Tibetanen ervaren hun religie heel anders dan de toeristenversie die wij voorgeschoteld krijgen van de Dalai Lama. Deze versie lijkt evenveel op het origineel als Babi Pangang lijkt op wat Chinezen in China eten.

Door de enorme taal en cultuur kloof, is het voor ons moeilijk om ons voor te stellen hoe het is voor een jongetje om voor de rest van zijn leven het klooster in te gaan. Wat gebeurt daar met kinderen? Wat leren ze en wat doen ze? Hoe worden ze behandeld?

En hoe denken Tibetaanse monniken? Wat is hun doel? Wat is hun invloed in de Tibetaanse maatschappij?

Wie kan dat beter vertellen dan iemand die zelf als jonge jongen aan het klooster afgestaan werd door zijn ouders? In het boek ‘Leaving Buddha’ dat net uitgekomen is, vertelt Tenzin, een ex-monnik, zijn levensverhaal.

Het geeft een boeiende inkijk in het dagelijks leven in Tibet en in het bijzonder het leven in een klooster. Maar dat is niet de focus van het boek. Het beschrijft vooral de zoektocht naar verlichting, en hoe die verlichting Tenzin telkens weer bleek te ontglippen.  Het deed me denken aan een lied van Elly en Rikkert:

Naar de waarheid wou ik zoeken, want ik wist dat die bestond
En ik las in dikke boeken, tot ik dacht dat ik het vond
En ik dronk met volle teugen, maar m’n vreugde werd verdriet
Want ik leefde in de leugen, de waarheid zag ik niet
De waarheid vond ik niet

Ik verlangde naar het leven, en ik dacht: dan ben ik vrij
Meestal duurde het maar even, dan ging het weer voorbij
Ik heb overal gezworven, door een onbekend gebied
Ik ben duizendmaal gestorven, het leven vond ik niet
Het leven vond ik niet

Dit is letterlijk wat Tenzin deed. Hij reisde duizenden kilometers te voet, zonder schoenen, door de bergen, op zoek naar lama’s die hem verder konden leiden in zijn zoektocht naar verlichting. Tot hij uiteindelijk aan de voeten van de Dalai Lama kwam. En ook daar vond hij niet wat hij zocht.

Hij ontmoette wel iemand die hem een naam vertelde die hij niet kende. En al snel bleek dat die naam niet genoemd mocht worden in het klooster. Die naam had ongekende kracht.

Als Tenzin uiteindelijk leert wat die naam betekent, verandert alles en gaat hij in die naam, in het openbaar, de confrontatie aan met de krachten van het Tibetaanse Boeddhisme. Een confrontatie die hem bijna het leven kost. Bijna.

‘Leaving Buddha’ wordt momenteel in het Nederlands vertaald en komt D.V. in juni uit. Als u het Engelse boek wilt lezen, dan kunt u een exemplaar aanvragen bij onze stichting.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.