Post-christelijke verlegenheid met christenvervolging

Vijf jaar geleden verscheen er een redactioneel stuk in ‘The Times’ dat Westerse politici ervan beschuldigde christenvervolging niet serieus te nemen. ‘Omstanders bij een slachtpartij’, was de titel. Naar aanleiding van dergelijke geluiden, besloot Jeremy Hunt, de Britse minister van buitenlandse zaken om een onderzoek te laten doen naar de omvang van christenvervolging en wat daaraan gedaan wordt door Britse diplomaten en andere vertegenwoordigers van de overheid.

Het rapport kwam maandag uit en veel van de conclusies zijn niet alleen relevant voor het Verenigd Koninkrijk. Want de misvattingen over het christelijk geloof en over de vervolgde kerk zijn ons aan deze kant van de Noordzee ook niet vreemd.

Zo noemt het rapport het feit dat inmiddels de meeste Christenen wonen in  Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Het Christendom is niet langer een voornamelijk ‘witte’ godsdienst. Het is daarmee ook voornamelijk een godsdienst van de armen, en niet van het rijke, bevoorrechte Westen. Die misvatting dat het christendom een godsdienst van macht en overheersing is, leidt er vaak toe dat leiders in het Westen zich schamen voor het Christendom. Dat was immers de godsdienst van het koloniale tijdperk, dat veel zwarte bladzijden heeft. Zo’n godsdienst ga je niet verdedigen.

Er is niet alleen de neiging om het christendom vooral te zien door de bril van de eigen geschiedenis, maar ook door de bril van de eigen cultuur. In Engeland is net als in andere West-Europese landen, religie vooral een privézaak, en maatschappelijk gezien is de waarde met name symbolisch, vergelijkbaar met de symbolische betekenis van het koninklijk huis. Met zo’n culturele achtergrond is moeilijk te bevatten dat voor het grootste deel van de wereld, ‘religie het belangrijkste deel vormt van iemands identiteit en in grote mate bepaald wat mensen doen, zowel ten goede als ten kwade’, zoals het raport terecht opmerkt.

Dit alles leidt er toe dat christenvervolging vaak niet als zodanig herkend wordt. De wereldwijde impact van dit probleem wordt onderschat, en het wordt eerder gezien als iets incidenteels, waarvoor andere oorzaken zijn, bijvoorbeeld etnische spanningen, economische problemen, of politieke opvattingen. Het religieuze aspect wordt onderbelicht en daardoor wordt het wereldwijde patroon van christenvervolging niet duidelijk. Het rapport noemt echter terecht dat de basis van vervolging van christenen ligt in de christelijke belijdenis dat Jezus Heer is. Deze belijdenis strijkt tegen de haren in van elk totalitair system, religieus of politiek.

Als autoriteiten de religieuze basis van vervolging en geweld negeren, dan kan er onmogelijk effectief tegen opgetreden worden. Het rapport wil daarom deze religieuze basis onderstrepen en toont duidelijk aan hoe wijd verspreid en ernstig christenvervolging is. Het Christendom is verreweg de meest vervolgde religie. In 144 landen op deze wereld worden christenen om hun geloof vervolgd. Hoewel andere religieuze minderheden ook te maken hebben met onderdrukking, zijn 80% van alle mensen die geloofsvervolging ondergaan wereldwijd christen.

Maar in het Verenigd Koninkrijk zijn regeringsleiders bezorgd over partijdigheid, en in hun pogingen om religieus neutraal te zijn, kunnen ze juist christenen achterstellen. Kwetsbaarheid van christelijke groepen wordt niet erkend, waardoor ze geen speciale aandacht krijgen waar dit wel gerechtvaardigd is. Vaak is er sprake van religieus analfabetisme bij regeringsleiders, waardoor ze niet zien wat er voor hun ogen gebeurt. Soms spelen diplomatieke overwegingen een rol en de angst om met name Islamitische bondgenoten te irriteren. Een groep die hier met name onder lijdt zijn de moslims die tot geloof komen in Jezus. Het rapport pleit ervoor om hun recht op bekering te erkennen.

Het is een dapper rapport, waarin serieus wordt geprobeerd om leiders te wijzen op hun verantwoordelijkheid om vrijheid van godsdienst als een fundamenteel mensenrecht te verdedigen. En en niet in het algemeen, maar ook in concrete gevallen.

Toch kon je tussen de regels door lezen dat dit geen makkelijke taak is. Hoe kan een post-christelijk land echt begrip hebben voor christenen die vervolgd worden voor een overtuiging die ze zelf overboord hebben gezet? Er is wellicht een gevoel van empathie naar bijvoorbeeld christenen in Irak, omdat hun oeroude christelijke cultuur vernietigd wordt, en wij kunnen ons hier inleven in het belang van historische religieuze gebouwen en instituten. Het wordt al veel moeilijker om te begrijpen wat een Chinese christen beweegt om te weigeren zich bij de staatskerk aan te sluiten, zelfs als dit marteling en gevangenschap betekent.

Christus volgen is een keuze voor kwetsbaarheid. Zij die de waarde van die keuze niet inzien, zullen niet gauw geneigd zijn in te grijpen bij de slachtpartij.

Leave a Reply

Your email address will not be published.